De Zwette Maanen Mountainbikeclub Aalst

01/05/12 Mons La Transboraine

Als 3 musketiers (Rayske, Rocky en Goldfinger)  vertrekken op hun pad, zijn de sabels geslepen en is er weinig wat hen op hun pad kan tegenhouden! Al vroeg stonden we op de pendelparking de fietsen naast mekaar aan het puzzelen, alvorens onder een bewolkte hemel de E40 op te snellen. Verwonderlijk, even voorbij Groot-Bijgaarden begon het wolkendek gaten te vertonen, en de zon wist deze gaten met enkele stralen te benutten. Het was alsof onze Waalse vrienden een afgevaardigde zitten hadden op het gloeiende hemellichaam,  eenmaal de taalgrens over, scheen de z:-)n in al haar glorie.

Parking vinden was een ander paar mouwen, doch met een chauffeur als Rayske waren we in goede handen, en uiteindelijk vonden we parking nog niet eens zo ver van de start, en voor het huis van zeer vriendelijke mensen.

Op naar de inschrijving. Ja, inderdaad, de Zwette Maanen waren gekomen om de 90km  te bollen, tot grote verwondering van een vriendelijke, blonde behoorlijk Vlaams sprekende dame. Na de zon, was dit onze 2de verrassing, en het zou niet de laatste zijn.

De start verliep behoorlijk rustig, maar toch niet zonder de nodige hindernissen. Waren we niet in de Hel van Het Noorden…er lagen toch kasseien, en alsof het nog niet genoeg was voor een opwarming liepen ze dan nog bergop ook. Maar hier draaien Rayske en ik (Goldfinger) ons hand niet voor om, na onze deelnames aan Paris-Roubaix VTT. We verteerden deze hobbelstrook alsof het vergelegde asfalt was…bijna toch. Enkele kilometers verder lagen de eerste bospaden al op ons te wachten. En dat het niet alleen bij ons water gegoten had gedurende de nacht werd al vlug duidelijk! Ieder mogelijk putje was gevuld met hemelvocht. Ik had de indruk dat ze er zonder veel moeite enkele tientallen liters per vierkante meter hadden uitgekiept, dit terwijl wij waarschijnlijk in dromenland waren, en droomden over een gezellig en zonnig uitstapje naar de streek van de oude koolmijnen. Onze voorvaderen moeten er gewroet hebben dat het een lieve lust was, tot ze hoestend en proestend met een stoflong en een zwarte kanarie uit de “put” kwamen. Die kanarie werd meegedaan vroeger in de koolmijnen, niet alleen om gezelschap te hebben, maar de diertjes stopten met fluiten en gingen braaf met de pootjes omhoog als er giftig gas werd gevormd in de mijnschachten. Dit was een teken om zo vlug mogelijk de gangen te verlaten.

Toch werden vele levens gelaten om het toenmalige zwarte goud uit ondergrond te halen. En dit niet met de moderne technieken die nu voor handen zijn. Maar goed, we waren in Mons (of moet ik zeggen Spons) of Bergen (of moet ik zeggen Beken) om te fietsen, en daar waren we dan ook al enkele kilometertjes mee bezig. De eerste terrils lagen al in de verte te loeren, en zagen er uit als uit de kluiten gewassen molshopen, met wilde bebossing, struiken die zich langzaam de immuniteit in groeiden, en kost wat kost op deze moeilijke ondergrond hun habitat wilden vinden. Tussen koolgruis, steenpuin en losgeslagen en weggespoelde modder kon je zelfs hier en daar een paardenbloem haar gele kopje zien bovensteken. Conclusie, zelfs in de moeilijkste omstandigheden zoekt de natuur naar een mogelijkheid om zich te ontplooien, hoe miniem deze ook is.

De eerste terril was er eentje die niet van de poes was. Het begon allemaal vrij rustig, maar de keuze tussen “hard” en “soft” was wel een hemelsbreed verschil. Als echte bikers kozen we natuurlijk voor de minst gemakkelijke weg. En we hadden het geweten. We draaiden links op, en ja het was op! De zondvloed van de vorige nacht had alles herschapen tot een behoorlijk glibberige massa. Het was moeilijk grip krijgen op de losliggende en in het rond spattende kiezels. De trappen, juist naast het ingevreten spoor, lieten zich gewillig gebruiken door kreunende lijven. Ditmaal niet met koolgruis maar met ieder enkele honderden euro’s op hun rug, onder de vorm van min of meer gesofisticeerde tweewielers.

De inspanning was behoorlijk zwaar, zelfs de stappers kwamen zuchtend boven. Maar het zicht die we boven kregen was er eentje om van te snoepen. We waren niet de enigen die er, gewild of ongewild, even een kleine verpozing namen. Je kon er kilometers ver zien, en ook al kenden we de streek niet echt, het panorama was overweldigend. Zodanig dat we de moeilijke passage al bijna vergeten waren. We tuften even rond op de top van de puist en konden zien dat niet alleen de zon van de partij was, maar dat er ook donkere wolken binnendreven. We besloten dan maar om verder te bollen, en uiteraard liep het pad naar beneden. De afdaling was al even tricky, maar het trio van DZM volbrachten de afdaling zonder kleerscheuren. De bepijling was voor ons geen enkel probleem, ook al waren er die klaagden over gemiste pijlen. Waarschijnlijk de avond ervoor teveel gerstenat gehad.

Als ondergrond hebben we zowat alles gehad die we konden krijgen. Als toemaatje kregen we wat bagger, blubber, moor, krot, slijk, smurrie, drek…kortom, alles wat een AJ niet lust, maar waar een echte biker zijn hand niet voor omdraait.

Een van de leuke tracks en zéér doenbaar, was het BMX-parcours, juist na de eerste RV, dat behoorlijk lang en leuk was met de knikjes en de kombochten. De Rocky leefde hem uit, ik volgde op een kleine afstand met Rayske niet ver af. We zaten rond km 40, en ik voelde al zaken die je normaal op deze afstand nog niet mag voelen. Het einde halen van de 90km was mijn inziens moeilijk. Opkomende krampen, verzuring, slapende handen…ik zag het even somber in. Maar ik hield vol, vond ergens in een diep hoekje nog een verse portie energie, en bleef goed meedraaien. Hoe verder het ging, hoe beter ik mij begon te voelen. De volgende oneffenheid lag alweer te wachten. Rocky klungelde een beetje met de grip van zijn banden en de druk hierin, maar Rayske peddelde dapper naar boven, met mij in het wiel. Het was een mooi zicht! Rayske viel liever omver, dan af te stappen! ‘t Is gene gewonen hé! Ik moest uiteraard ook voet aan de grond zetten, gezien ik colleerde zijn wiel. Een lachsalvo weerklonk in Mons en omliggende werelddelen. :-) . In de redelijk tricky afdaling flirte ik even met enkele struiken en bomen, maar kon me nog net uit de klauwen van moeder aarde redden, hield me te nauwernood nog recht, en kwam er met een paar schrammen en krabben van de plaatselijke flora vanaf.

Onze fietsjes werden stilaan onherkenbaar, het enige wat we zeker zagen…we waren alle drie met de “good old” 26″ wielen op de baan, en deden het heus niet slechter dan de 29-ers. Net voor de 2de RV werden we een mega-pokke-klote beklimming opgestuurd. Met waarden tot 30% en wegglibberende stenen, was deze beklimming haast onmogelijk te nemen. Het werd dus ook wandelen, maar zelfs dat was niet van de poes. Want onze trouwe tweewielergezel moest eveneens dezelfde richting uit.

Het was ook een mooie opmerking, en vaststelling dat deze knuist alleen zou beklommen worden door Vlamingen! Welke Waal zou het zich in het hoofd halen om zich op een 1 mei, samen met zijn boeketje meiklokjes, met middenin een roos, zich naar boven te hijsen, om dan nadien toch langs de andere kant terug naar beneden te rijden. Je ziet van hier, dat ze zich daar eventjes gaan moe bij maken. Maar weeral, het uitzicht was denderend! We dachten van terug een mooie technische afdaling te krijgen, maar die was eerder, vergeleken met de andere afdalingen een softy. De rijrichting omdraaien zou leuk geweest zijn, 30% recht naar beneden, zou nog eens een kleine kick gegeven hebben. Beneden, net over “the hill” wachtte ons een 2de RV. We kregen er terug alles wat we wensten, zelfs salami was er te verkrijgen. Organiseren, ja daar hebben ze wel een handje van weg. Je komt er niets tekort bij onze Waalse haantjes. Na de 2de RV dachten we dat we alles al gehad hadden, maar niets was minder waar. We bleven glijden en schuiven alsof we op een speedway-piste zaten. Modder hadden we al genoeg gezien, dus het werd tijd voor wat afwisseling. Brede veldwegen, lang oplopende dreven en slalommende paadjes werden ons nog verder voor de wielen geschoven. En al vlug kwamen we bij RV nummer 3. De laatste energiestootjes werden naar binnen gewerkt, en dit zou ook nog nodig zijn. De Rocky had blijkbaar zijn goeie benen gevonden en vertrok een een voor mij iets te grote overdrive. Ik kon nog net aanpikken, maar verloor hierbij het juiste spoor, waardoor ik in het naastgelegen veld kwam en nog net mijn fiets kon laten bollen terwijl ik afsprong. Dus ‘t was mijn fiets die moe was. Alsof het allemaal ging tegen gaan, kwam ook nog een lint tussen mijn ketting te zitten, en keek ik direct tegen een achterstand van een paar honderd meter. Ik kon nog net aansluiten alvorens we het “zwembad” indoken! Net voor het einde van de redelijk immense plas bleef ik staan om enkele kiekjes te maken. Het sakkeren en het vloeken was niet uit de lucht! We kwamen tot over onze wielassen in het water, en de modder op de bodem van het waarschijnlijk tijdelijke vijvertje, zoog ons nog dieper. Uiteindelijk kwamen we er met een paar spatjes meer, en 2 natte voeten vanaf. Weeral iets om nog lang over na te praten. We roken het einde, en zagen de laatste waterpartijen al eerder als fietsdouches. De Rocky echter had het ongeluk in een niet op te merken put te rijden, en zodoende op enkele kilometers van het einde, op een rechtstuk weg, nog in een diepe plas te duiken. Gelukkig kwam hij er vanaf met een bluts, een buil en een natte camelbag!

Hij was nog zeer opmerkzaam onze geblokte biker, want ineens riep hij: “daar staat de auto!” En gelijk had hij. Tevreden het nog vrij gemakkelijk gehaald te hebben trokken we met onze knalrode tas richting douches. De bepijling naar deze mensenafspuitstand, was echter niet zo duidelijk, maar na enig zoekwerk werd deze toch ook gevonden. Ondertussen hadden we ook onze clubgenoot Ullrich, in de smiezen gekregen. Hij was gestart met Olivier van “den Blok” en met Thys. Den Thys zijn materiaal liet het echter afweten, zodat hij zich moest beperken qua afstand.

Na ons onder een warme douche wat toonbaar gemaakt te hebben, de vochtreserve wat aangevuld, en een frietje binnengewerkt! Het viel redelijk diep! Dan rustig terug naar Affligem, om afscheid te nemen van mijn 2 medebikers van die dag. Het was al een diep stuk in de namiddag toen we thuiskwamen, maar ik had me geen minuut verveeld!

Een mooie dag, een mooie rit, een vuile fiets en tof gezelschap! I love those days!

Maanen, bedankt !
Goldfinger

Over

Eén Reactie op “01/05/12 Mons La Transboraine”

  • gvd Goldy, waar blijf je het halen.
    echt tof om zulke verslagen te lezen, en ik ben niet alleen die dit vind
    geef moar gaas :-))